| Wat is een arbocatalogus?
Sinds de inwerkingtreding van de nieuwe Arbowet in 2007 geeft de overheid aan bedrijfstakken meer verantwoordelijkheid om zelf invulling te geven aan doelvoorschriften in de Arbeidsomstandighedenwet voor veilig en gezond werken. In die doelvoorschriften wordt door de overheid geregeld welk niveau van veiligheid en gezondheid bij het werk moet worden bereikt. De manier waarop dat gebeurt zal per branche kunnen verschillen. Daarom wordt aan de bedrijfstakken zelf overgelaten om oplossingen te bedenken voor de arboproblemen van de bedrijven in die branche. De oplossingen worden vastgelegd in een Arbocatalogus. Daarin staan dus afspraken die zijn gemaakt tussen de werkgeversorganisatie (VOBN) en de vakbonden (CNV Hout & Bouw en FNV Bouw) over de wijze waarop de Arbowet in de praktijk kan worden ingevuld. De Arbocatalogus Betonmortel gaat over de onderwerpen schadelijk geluid, dieselmotorenemissie (DME) en kwartsstof en is vanaf 1 januari 2010 van kracht.
Voor wie is de catalogus?
Leidinggevenden, arbocoördinatoren, OR-leden en medewerkers bij betonmortelbedrijven kunnen de Arbocatalogus gebruiken om te zorgen voor een zo veilig en gezond mogelijke werkomgeving die ook voldoet aan de voorschriften van de Arbowet.
Hoe kun je de catalogus gebruiken?
De catalogus is geen opsomming van losse maatregelen, maar vormt een geheel van voorschriften waarmee wordt voldaan aan de Arbowet.
De arbocatalogus vervangt niet de risico-inventarisatie en –evaluatie (RI&E). Iedere werkgever moet de risico’s in zijn eigen bedrijf in kaart brengen en een plan van aanpak maken om deze risico’s weg te nemen. De catalogus helpt bij het maken van een plan van aanpak.
De eerste stap die het bedrijf neemt voor het ontwikkelen van een arbobeleid is het in kaart brengen van de risico’s:
- Worden de werknemers bijvoorbeeld blootgesteld aan schadelijk geluid dat het gehoor kan aantasten ?
- Is er sprake van gevaarlijke stoffen in de werkomgeving waarvan werknemers ziek kunnen worden ?
- Het is immers van groot belang om de echte risico’s op de eigen locatie te kennen. Soms zullen metingen moeten worden uitgevoerd om het risico te bepalen. Zulke metingen moeten worden gedaan door deskundigen, zoals specialisten van een arbodienst. In een aantal gevallen schrijft de wet zelfs voor dat moet worden gemeten en dat de resultaten daarvoor moeten worden vastgelegd.
- Bij sommige risico’s, zoals blootstelling aan kankerverwekkende stoffen, moet de werkgever een register bijhouden van de werknemers die hieraan blootgesteld kunnen worden.
Vervolgens moet worden nagegaan welke maatregelen moeten worden genomen om de risico’s te vermijden of zo klein mogelijk te maken. Veel maatregelen kunnen alleen door het management worden genomen, bijvoorbeeld omdat er investeringen voor nodig zijn. Maar in een aantal gevallen kunnen ook de werknemers een steentje bijdragen door goed gebruik te maken van de (veiligheids)voorzieningen en van persoonlijke beschermingsmiddelen. Of door het management te wijzen op gevaren die zij in het werk tegenkomen.
De risico’s die in kaart zijn gebracht en de te nemen maatregelen moeten worden vastgelegd in een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). Voor de betonmortelbranche is een speciale model-RI&E opgesteld, waarvan bedrijven gebruik kunnen maken. Daarin zijn ook modules opgenomen voor het vaststellen van de blootstelling aan lawaai en stof.
Soms is dat toch wel ingewikkeld en dan is het goed om gebruik te maken van de diensten van KAM-coördinatoren en/of van de arbodienst.
Bij het zoeken van oplossingen en maatregelen kan de catalogus van pas komen. Daarbij moet een vaste volgorde worden gebruikt, de z.g. arbeidshygiënische strategie.
- Allereerst moeten maatregelen genomen worden bij de bron van het gevaar. Dat kan bijvoorbeeld door machines en voertuigen, die schadelijk geluid of gevaarlijke stoffen produceren, te vervangen door stillere en/of schonere.
- Als dat redelijkerwijs niet mogelijk is moeten maatregelen worden genomen om de werknemers te beschermen. Daarbij gaan maatregelen voor een hele groep werknemers (“collectieve maatregelen”) boven individuele maatregelen.
- Als ook dat niet mogelijk is moet de werkgever persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’en) verstrekken, zoals gehoorbescherming of stofmaskers. De werknemers moeten die PBM’en gebruiken en de werkgever moet daarop toezien.
Is de arbocatalogus verplicht?
In deze arbocatalogus staan de afspraken die binnen de branche zijn gemaakt over de beste maatregelen om de arbeidsrisico’s te beperken. Het is dus verstandig om deze oplossingen zo veel mogelijk toe te passen. Afwijken van de catalogus mag, maar dan moet de gekozen oplossing wel minstens zo goed zijn als die in de catalogus.
De catalogus is getoetst door de Arbeidsinspectie. Dat betekent dat de Arbeidsinspectie voortaan bij inspecties uitgaat van de inhoud van de catalogus. Wie de catalogus toepast weet dus zeker dat de Arbowet niet wordt overtreden.
Door toetsing zijn de beleidsregels van de overheid op het gebied van schadelijk geluid, DME en kwarts voor de betonmortelbranche vervallen.
Hoe zit de catalogus in elkaar?
De arbocatalogus begint met een beschrijving van de risico’s van blootstelling aan schadelijk geluid, DME en kwarts. Vervolgens worden de meest voorkomende functies binnen de betonmortelbranche beschreven:
- de chauffeur truckmixer
- de betonpompmixerchauffeur
- de laborant
- de mengmeester/transportmeester
- de kraanmachinist
- de shovelmachinist/terreinwerker en
- de UTA leidingingevende.
Bij elke functie worden de belangrijkste risico’s genoemd.
Dan volgen drie hoofdstukken over de drie risico’s: schadelijk geluid, DME en kwarts, waarbij telkens alle functies de revue passeren en per functie de maatregelen worden genoemd om de risico’s op te heffen of te beperken. Het is dus mogelijk om direct naar een bepaalde functie te zoeken en de beste oplossingen te bekijken. De maatregelen zijn ingedeeld in:
- bronmaatregelen, die nogal eens investeringen op langere termijn vergen,
- collectieve maatregelen die door de werkgever getroffen kunnen worden en
- individuele maatregelen (waaronder persoonlijke beschermingsmiddelen), waarvoor de werkgever eveneens verantwoordelijk is, maar waarbij de werknemers ook een belangrijke rol spelen.
Bovendien zijn per risico en functie nog de arbovriendelijke hulpmiddelen en extra informatie opgenomen. Daarbij is steeds vermeld op welke manier extra informatie kan worden verkregen en waar hulpmiddelen verkrijgbaar zijn.
Maatregelen aan de bron vergen soms investeringen in materieel. Zodra een arbeidsmiddel (truckmixer e.d.) aan vervanging toe is, zal moeten worden geïnvesteerd in nieuw materieel dat voldoet aan de afspraken in de Arbocatalogus.
Om het werken met de arbocatalogus gemakkelijker te maken, zal binnenkort ook een interactieve versie op het internet worden gezet. Het zal dan mogelijk zijn om snel door te klikken naar de gewenste informatie.
Staan alle risico’s in de catalogus?
Nee, de catalogus moet nog worden aangevuld met andere belangrijke onderwerpen zoals fysieke belasting (tillen, dragen, werkhouding, etc.), machineveiligheid en de veilige inrichting van arbeidsplaatsen. Dat zal in 2010 gebeuren. Bovendien zijn in deze catalogus niet de risico’s opgenomen die werknemers van betonmortelbedrijven lopen als ze op een bouwplaats komen. Op de bouwplaats geldt de arbocatalogus “Bouw en Infra” en afgesproken is dat wij ons houden aan de afspraken die daarin staan. De catalogus Bouw & Infra is te vinden op de website www.arbocatalogusbouweninfra.nl.
|